BLOG OVER ERFRECHT

Column ‘De Notarisklerk’ mei/jun 2020

ERFGENAMENONDERZOEK: DE KERN VAN DE ZAAK

Beyond a reasonable doubt

Het is een veelgelezen passage in een verklaring van erfrecht: “Ik, notaris, heb mij er zoveel mogelijk van overtuigd dat…”

Waar de grens der overtuiging ligt, staat nergens in de wet. Deze vrije interpretatie biedt soms ruimte voor wellicht minder evidente conclusies.

Nochtans minstens van de notarissen voor wie wij inmiddels alweer bijna zeven jaar erfgenamenonderzoek verrichten in verre landen zoals Indonesië, Sri Lanka en Tanzania – maar vaker dichterbij – kan worden gezegd dat de grens der overtuiging ver ligt, soms verder dan de verre landen zelf.

Van een Utrechtse notaris komt in 2017 een casus waarin onderzoek nodig is in Hongarije. Een unicum onder unica.

The Roaring Twenties

In september van 2015 overleed te Utrecht mevrouw Mária Takács in de leeftijd van 100 jaar.

Mária wordt geboren in Boedapest, Hongarije op 30 december 1914. Zij komt in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) samen met andere kinderen naar Nederland om aan te sterken en keert later terug naar haar moederland. Na het overlijden van haar man en onder de druk van dreigende bezetting door de Russen, keert zij in 1956 echter weder naar Nederland, ditmaal samen met haar zoon Bela Jozsef. Ze is gebleven.

Bela werd geboren in 1945 in Hongarije en overleed in 1999 in de leeftijd van slechts 54 jaar. Andere kinderen zou zij naar verluidt niet hebben gekregen. Deze hypothese zou de crux vormen van ons te entameren onderzoek.

Het minuscule juridisch raamwerkje

Zij beschikte niet bij testament over haar nalatenschap, zodat het versterferfrecht stipuleert wie haar erfgenamen zijn. We blijven vooralsnog in de eerste parentele.

Uit de BRP blijkt dat er – naast Bela – nog een kind moet zijn, geboren in de jaren ’30 en woonachtig in de provincie Utrecht. De betreffende persoon beweert echter bij hoog en bij laag geen zoon te zijn van erflaatster, ofschoon a priori aan alle criteria lijkt te worden voldaan hem als zodanig te beschouwen, nu onder meer zijn moeder dezelfde naam droeg als erflaatster.

Kunnen we voetstoots afgaan op deze verklaring? Vanzelfsprekend niet; ook dat zou kunnen leiden tot een minder evidente conclusie.

Een unicum in alle opzichten

De uniciteit van deze zaak beperkt zich niet tot het vraagstuk rondom afstammelingen. Reeds ter zake de teraardebestelling doet zich een bijzonderheid voor. Het graf waarin haar zoon te ruste is gelegd blijkt namelijk niet alleen te zijn geoccupeerd door haar zoon; in het graf bevindt zich ook een onbekende derde, geheel intact. Dat maakt dat voor bijzetting geen plaats meer is. Mitsdien is erflaatster noodgedwongen begraven náást haar zoon.

‘Elementary my dear Watson’

Omdat ter discussie staat, althans vastgesteld moet worden of de zoon die geen zoon claimt te zijn dat ook daadwerkelijk niet is, nu niet slechts kan worden afgegaan op de verklaring zijnerzijds, proberen we in eerste instantie zijn geboorteakte op te vragen uit Hongarije. Dat blijkt geen sinecure te zijn; eenmaal verkregen toont de akte niets anders dan de namen van de ouders. Bij het opvragen van de huwelijksakte van de ouders stuiten we op onwelwillendheid bij het lokale overheidsorgaan, gelet op onze bevoegdheid onterecht schermend met de GDPR (AVG). Niet snel uit het veld geslagen, zetten we onze zinnen succesvol op kerkelijke archieven. De zoon is inderdaad geen zoon; zijn moeder is geboren in 1897. We schrijden voort naar de tweede parentele, de ouders van erflaatster tezamen met dier broers en zussen.

De ouders van erflaatster zijn Jozef Takács en Maria Nagy. Bij voortzetting van het onderzoek blijkt ons dat erflaatster een broer had, Ferenc. Deze vooroverleden broer die geen afstammelingen achterliet werd geboren als Takács, maar voerde later de achternaam Tökési. Moeder van erflaatster is namelijk – nadat het huwelijk met Jozef Takács in 1919 door scheiding werd ontbonden – hertrouwd met Ferenc Tökési, die vervolgens Ferenc Takács heeft geadopteerd.

Een leuke situatie; is Ferenc Takács door adoptie juridisch gezien een halfbroer geworden? Op zichzelf beschouwd is dit voor de vererving niet bezwaarlijk: ook halfbroers en -zussen kunnen erven.

De adoptie houdt geen juridische breuk met de moeder van erflaatster in, zodat afstammelingen, zo die er waren geweest, zeker door de wet tot de nalatenschap als erfgenamen zouden zijn geroepen.

Uit het huwelijk Takács-Nagy is vervolgens een dochter geboren, Julianna Tökés (de naamnotatie tussen het vrouwelijk en het mannelijk geslacht differentieert), geboren op 20 juni 1919. Zij huwde József Kobolicz in 1934, maar scheidde van hem in 1938. Ons spitwerk toont aan dat zij ofwel vóór 1975 moet zijn overleden ofwel is geëmigreerd voor die datum. Het verkrijgen van nadere informatie over Julianna is nu de status quo.

Indien en zodra we kunnen bevestigen dat zij is (voor)overleden zonder achterlating van (echtgenoot en) afstammelingen (en bij een later overlijden zonder bij testament over haar nalatenschap te hebben beschikt), verschuift de focus naar de afstammelingen van de grootouders beiderzijden.

Heeft u informatie over de familie van mevrouw Mária Tákacs? Of heeft u vergelijkbare dossiers in behandeling waarin erfgenamenonderzoek nodig is? Neemt u dan vooral contact met ons op via info@erfgenamenonderzoek.nl.

Alle persoonsgegevens in dit artikel zijn met instemming van de opdrachtgever verwerkt. Het gaat bovendien om persoonsgegevens van personen die reeds zijn overleden.

Column ‘De Notarisklerk’ mrt/apr 2020

ERFGENAMENONDERZOEK: DE KERN VAN DE ZAAK

Roofkunst

Kunstroof maakt roofkunst. Het Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse Taal definieert het als:

“… door een staat geroofde kunst, m.n. in de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s van de Joden geroofde kunst.”

Het woord ‘roofkunst’ doet onwillekeurig denken aan antisemitisch gedachtengoed. Het doet denken aan het beestachtige demoraliserende optreden van de nazi’s jegens en de daaropvolgende genadeloze systematische uitroeiing van het Joodse volk. Het wijst ons op de kwetsbaarheid alles wat stoffelijk is [inclusief het menselijk lichaam] en benadrukt daarmee het ongrijpbare, de ongebroken wil[1]. Een duister hoofdstuk in onze geschiedenis, door ons veelal aangeduid als de ‘Holocaust’ of de ‘Shoah’. Toch zijn de begrippen ‘roofkunst’ en ‘Holocaust’ niet met uitsluiting van anderen voorbehouden aan het grenzeloze drama dat plaatsgreep in de levens van vele Joodse mensen. Holocaust laat zich immers kennen als volkerenmoord en kunstroof vond onder allerlei omstandigheden plaats, in tijden van oorlog, maar ook buiten oorlogstijd.

Geschiedenis van de roofkunst

Reeds in 212 v. G.J. (voor de Gewone Jaarteling, door sommigen aangeduid als voor Christus of v. Chr.) signaleerde de Griekse historicus Polybios dit fenomeen, toen de Romeinen in 212 v. G.J. Syracuse op Sicilië veroverden, diens kunstwerken roofden en naar Rome verscheepten. Ook tijdens de 18e-eeuwse kloostersluitingen, de Franse Revolutie en gedurende de Koloniale periode vond kunstroof plaats. Nog zo recent als in 2003 werd kunstroof op grote schaal gepleegd in het Nationaal Museum van Irak en Bagdad[2].

Wetgeving over roofkunst

Het Verdrag betreffende de wetten en gebruiken van de oorlog te land 1899 als resultaat van de Tweede Conventie van Den Haag in 1899, inwerkinggetreden op 4 september 1900, stipuleert in artikel 56:

“De eigendommen der gemeenten, die der inrichtingen gewijd aan openbare eerediensten, aan weldadigheid en aan het onderwijs, aan de kunsten en wetenschappen, ook al behooren deze aan den Staat, zullen worden behandeld op gelijken voet als het particuliere eigendom.

Alle inbeslagneming, opzettelijke vernieling of beschadiging van dergelijke inrichtingen, van geschiedkundige monumenten, van werken van kunst of wetenschap is verboden en moet worden vervolgd.”

Zonder daarop inhoudelijk in te gaan, noemen we nog het UNESCO-verdrag van 1970, het Verdrag ter voorkoming van de illegale in-, uit- en doorvoer van cultuurobjecten. Online kunt u nog andere wetgeving vinden.

Woman in Gold

Misschien wel één van de bekendste recentelijk succesvol gerevindiceerde kunstwerken is het portret van Adèle Bloch-Bauer I, gemaakt tussen 1904–1907 door de Oostenrijkse symbolistische schilder Gustav Klimt (1862-1918).

Door Gustav Klimt – 1. The Yorck Project (2002) 10.000 Meisterwerke der Malerei (DVD-ROM), distributed by DIRECTMEDIA Publishing GmbH. ISBN: 3936122202. 2. Neue Galerie New York, Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=153485

Door de inspanningen van de Amerikaanse advocaat Randol Schoenberg – als vertegenwoordiger van Maria Altmann, één van de erfgenamen van de familie Bloch-Bauer –  werd het stuk in 2006 na een slepende rechtszaak van 8 jaar heroverd op de Oostenrijkse staat.[3]

Onze casus

Uit de Verenigde Staten komt de vraag of wij erfgenamenonderzoek kunnen verrichten met betrekking tot een Joodse familie en behulpzaam kunnen zijn bij het indienen van een claim ter zake roofkunst. Het gaat om een kunstobject met een zeer substantiële waarde.

Yes, we can.

Voorgelegd wordt de casus van mevrouw L., een in 1944 in concentratiekamp Bergen-Belsen omgebrachte Joodse vrouw van Nederlandse afkomst.

Zij heeft niet bij testament over haar nalatenschap beschikt; haar erfgenamen zijn in beginsel haar broers en zussen. Zoals altijd bij erfgenamenonderzoek in Joodse zaken, zijn (bijna) alle erfgenamen vrijwel direct vóór of kort na erflaatster overleden of op een onbekend moment.

Eén zus overleed in 1945 (Bergen-Belsen) en beschikte bij testament over haar nalatenschap. Zij was toen erflaatster overleed al weduwe. Een andere zus overleed al in 1943 (Auschwitz[4]). Zij kreeg geen afstammelingen. Ook een broer overleed vóór erflaatster, te weten in 1942, weliswaar met achterlating van afstammelingen. Een andere broer wist naar de Verenigde Staten te ontsnappen en overleed daar in de jaren ’60, in de leeftijd van ruim 80 jaar. Zijn echtgenote overleed in 1944, net als erflaatster, maar kort ná haar. Gekeken zal moeten worden naar het huwelijksvermogensrecht om de vererving nauwkeurig te kunnen bepalen. Tot slot overlijdt een laatste zus in 1936, met achterlating van twee afstammelingen die in respectievelijk 1943 en 1945 overleden, in Sobibor[5] en in Berlijn, beiden nog geen 40 jaar oud. Een veelvoorkomende rechtsfiguur bij dergelijke onderzoeken is de commoriëntenregel, u ongetwijfeld bekend. Door het feitencomplex van onder meer gelijktijdig geacht te zijn overleden personen, geëmigreerde familieleden en latere (buitenlandse) overlijdens waarbij testament en huwelijksvermogensrecht moeten worden onderzocht is er in dit coronatijdperk voldoende zinvols te doen dat afleidt van het opgedoemde gevaar.

[1] De film ‘Woman in Gold’ (2015) is gebaseerd op Schoenbergs kruistocht tot herkrijging van dit fenomenale kunstvoorwerp;
[2] Bedoeld wordt concentratiekamp Auschwitz-Birkenau in Polen
[3] Bedoeld wordt concentratiekamp Sobibor in Polen
[4] Bron: Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Roofkunst
[5] Zie ook de gebalde vuist van het monument ‘De Stenen Man’, te zien in voormalig Kamp Amersfoort

Column nieuwsbrief KTV Kennisnet feb 2020

Relatieve competentie: over Babel gesproken

Nederlandse emigranten in de jaren ’50

Nederlandse diaspora

In de jaren veertig was Canada een aantrekkelijk emigratieland voor Nederlandse boerenfamilies, nadat zij hun boerderijen en al wat hen overigens lief was door oorlogshandelingen waren verloren. Later – in de jaren vijftig – nam de werkgelegenheid in Canadese steden toe, waardoor ook Nederlanders uit andere beroepsgroepen werden aangetrokken. Aangezien de naoorlogse periode in Nederland werd gekenmerkt door economische soberheid – de belangrijkste oorzaak van de toenemende emigratie – werden vergelijkbare ontwikkelingen waargenomen in Australië, Nieuw-Zeeland en de Verenigde Staten.

Nochtans ook vóór de Eerste en Tweede Wereldoorlog waren er – ten gevolge van de kolonisatie – Nederlanders te vinden in het Caribisch gebied, Zuid-Afrika en Nederlands-Indië. Goed beschouwd is de Nederlandse diaspora te vinden in alle uithoeken van de aarde, zowel op exotische locaties als dichter bij huis. Een dergelijke wereldwijde verspreiding van mensen met Nederlandse roots zorgt voor een grote uitdaging voor degenen die erfrechtelijke genealogie beoefenen, vooral vanuit een linguïstisch perspectief.

Juridische vertalingen

Anno 2020 is privacy zowel een groot goed als een zware last; dit manifesteert zich optima forma wanneer onderzoekers een gerechtvaardigd belang moeten aantonen ter verkrijging van informatie – helder, schriftelijk en in de juiste taal.

De eerste in een lange reeks documenten die moet worden opgesteld is de volmacht. Bij het verrichten van internationaal onderzoek is het van cruciaal belang dat de volmacht wordt vertaald naar de taal van het land waarin het onderzoek dient te worden verricht. Voor de meest voorkomende talen worden sjablonen gebruikt: Engels, Frans, Duits en Spaans; het wordt echter ingewikkelder wanneer de doeltaal bijvoorbeeld Servisch of Indonesisch is. Voor dergelijke talen is vrijwel nooit een sjabloon voorhanden; de sterk juridisch getinte inhoud vereist de professionele menselijke blik en bovendien kan het alfabet van de betreffende taal verschillen van het onze. De beoogde efficiëntie van een nauwgezet onderzoek is in grote mate afhankelijk van de kwaliteit van de vertaling. Niet alleen dient de terminologie aan te sluiten bij de lokale opvattingen, ook de intrinsieke boodschap dient op een voor de ontvanger begrijpelijke wijze te worden overgebracht.

Een andere categorie documenten die vaak vertaald moet worden is die van geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten. In Nederland worden akten echter eerder náár het Nederlands vertaald dan vice versa. Wij hebben de luxe internationale uittreksels te kunnen opvragen uit akten van de Burgerlijke Stand en het bevolkingsregister; voorvertaald naar vier talen en klaar om in het buitenland gebruikt te worden.

Casuïstiek

In gedachten schiet een casus die zich vorig jaar aandiende. Het betrof een in het voormalig Nederlands-Indië geboren, in Nederland overleden erflaatster [in het erfrecht noemen we de overledene de erflater of erflaatster] die zonder achterlating van echtgenoot en kinderen overleed. Haar erfgenamen op grond van het Nederlandse versterferfrecht [het versterferfrecht is het erfrecht dat door de wet wordt geregeld indien er geen testament is] waren haar broer en haar zus. De bevolkingsadministratie uit het Nederlands-Indisch tijdperk [vóór de onafhankelijkheid in 1949] is daar achtergebleven. Erfgenamenonderzoeken die naar Indonesië leiden vormen reeds om die reden een grote uitdaging.

In deze nalatenschap beschikten we over laatstbekende adressen in Malang en Bandung, hetgeen de kans van slagen aanmerkelijk vergrootte. Van de notaris ontvingen wij een volmacht die beëdigd moest worden vertaald naar het Indonesisch, moest worden gelegaliseerd door de rechtbank en het ministerie van Buitenlandse Zaken en tot slot bekrachtigd door de Indonesische ambassade. Het merendeel van deze handelingen is nodig omdat Indonesië niet is aangesloten bij het apostilleverdrag van 1961.

Na ampel onderzoek lukt het ons om de erfgenamen te vinden; dat is echter waar de grootste uitdaging begint. Het verzamelen van akten en andere documenten in Indonesië is geen sinecure. Onze Indonesische collega fungeert als tolk en zorgt ervoor dat waar mogelijk akten en kopieën van legitimatiebewijzen worden aangeleverd. De hiaten in de documentatie worden opgevuld met alternatieve vormen van legitimatie en beëdigde getuigenverklaringen. U begrijpt natuurlijk al dat al deze documenten, voor zover ze niet voorzagen in een Engelse vertaling, beëdigd naar het Nederlands moesten worden vertaald. Per slot van rekening kan de notaris alleen dan een verklaring van erfrecht opmaken indien hij zich van de juistheid van de onderliggende stukken en verklaringen heeft kunnen overtuigen. Zo moeten de erfgenamen zich ondubbelzinnig uitspreken over de (wijze van) aanvaarding of verwerping van de nalatenschap. De verklaring van erfrecht is nodig om de nalatenschap te kunnen afwikkelen en toe te werken naar een verdeling door de gezamenlijke erfgenamen.

Erfrechtelijke genealogie

Het internationale karakter van erfrechtelijke genealogie brengt met zich mee dat onderzoekers dagelijks in een vreemde taal moeten communiceren. Veel correspondentie moet beëdigd worden vertaald; slechts in enkele gevallen kan worden volstaan met een eenvoudige vertaling. Het behoeft dan ook geen groot betoog dat erfrechtelijk genealogen voor zowel de reguliere als de ‘exotische’ talen sterk afhankelijk zijn van beëdigd vertalers, die essentiële diensten leveren, onlosmakelijk verbonden met onze competentie om onderzoek te verrichten.

Klaas Zondervan, Erfgenamenonderzoek.nl

Klaas Zondervan is erfrechtelijk genealoog, juridisch adviseur en algemeen bestuurslid van de Nederlandse Vereniging van Rechtskundige Adviseurs (NVRA). Hij is eigenaar van Zondervan Rechtskundig Advies, aan welk bureau een recherchevergunning is verleend door het Ministerie van Justitie en Veiligheid. Klaas is momenteel ook als expert verbonden aan het nog uit te zenden televisieprogramma ‘De Erfgenaam’. Tijdens zijn werkzaamheden als genealoog komt hij in veelvuldig in aanraking internationale instanties en de daarmee gepaarde vreemde talen en vertaalwerk. Voor KTV schreef Klaas Zondervan deze column over het belang van een goede vertaling binnen zijn werkveld.

Brontekst: https://www.ktv-kennisnet.nl/nl/collegas-aan-het-woord/6

Artikel ‘De Notarisklerk’ april 2017

Als gepubliceerd in Vaktijdschrift De Notarisklerk (klik hier voor de editie)

Erfgenamenonderzoek – de Kern van de zaak

Inleiding

Vanaf het moment dat een nalatenschap openvalt, werkt men er naartoe: overdracht van de goederen[1] aan de erfgenamen, met de erflater als vertrekpunt. Maar wat nu als de erfgenamen langs conventionele wegen niet gevonden kunnen worden? Hoe verricht de notaris dan zijn taak om erfgenamen vast te stellen en op te sporen, bijvoorbeeld bij boedelafwikkeling of ter vervaardiging van een verklaring van erfrecht?

In de naoorlogse jaren (1947-1963) emigreerden ruim 410.000 Nederlanders naar landen als Australië, Canada, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, Brazilië en de Verenigde Staten[2] op een totale bevolking van een kleine 11 miljoen mensen (1955)[3], met 1952 als culminatiepunt; toen vertrokken er circa 81.000 mensen. En hoewel dat aantal behoorlijk hoog is, namelijk 3,81% van de bevolking (1955), emigreerden in de periode tussen 2000 en 2011 volgens cijfers van het CBS per saldo nog altijd 287.850 Nederlanders[2]. Het migratiesaldo naar niet-westerse landen[4] tussen 2000 en 2011 vóór administratieve correcties was 22.375. Binnen Europa zijn België en Duitsland favoriet, daarbuiten nog steeds Australië, Canada en de Verenigde Staten.

Alle voornoemden erflaters met Nederlandse roots, die vermoedelijk in het buitenland zullen komen te overlijden; de meeste van hen bovendien erfgenamen of legatarissen in Nederlandse nalatenschappen. 

Ik loop nu eerst met u de op erfgenamenonderzoek van toepassing zijnde wetgeving door en aan de hand van enkele voorbeeldcasussen neem ik u in dit artikel vervolgens graag mee op reis naar de diverse bestemmingen die erfgenamen kunnen herbergen.

Testament of ab intestato

Een onderzoek uit 2013 uitgevoerd door Netwerk Notarissen[5] leverde op dat ongeveer de helft van de ondervraagden een testament had. De erfopvolging voor de andere helft wordt dus bepaald door artikel 4:10 van het Burgerlijk Wetboek.

Het kan echter ook voorkomen dat een testament geen effect sorteert, bijvoorbeeld als de enige daarin benoemde erfgenaam is vooroverleden en de regels van plaatsvervulling van artikel 4:12 van het Burgerlijk Wetboek niet van overeenkomstige toepassing zijn verklaard of indien hij geen afstammelingen heeft, waardoor het erfdeel vervalt en er geen aanwas in de zin van artikel 4:48 van het Burgerlijk Wetboek kan plaatsvinden. Ook in die gevallen speelt het zuivere parentele stelsel van artikel 4:10 van het Burgerlijk Wetboek een dicterende rol.

Volgens lid 1 sub a erft primair de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, aan wie de geregistreerd partner op de voet van artikel 4:8 van het Burgerlijk Wetboek is gelijkgesteld, tezamen met de afstammelingen van erflater voor gelijke delen.

In de tweede parentele, sub b van datzelfde lid, waaraan men slechts toekomt indien de eerste geen soelaas biedt, treft men de ouders en broers en zussen aan.

In de derde parentele de grootouders en in de vierde de overgrootouders van de erflater, respectievelijk voorgeschreven in sub c en d van lid 1 voornoemd. Ook deze parentelen komen pas aan de orde als er in de vorige geen erfgenamen worden gevonden. Volgens lid 2 van het genoemde artikel vindt met betrekking tot een kind, broer, zuster, grootouder of overgrootouder plaatsvervulling plaats. Zij die de erflater verder dan de zesde graad bestaan erven niet, zo bepaalt artikel 4:12 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek.

Nederlands of buitenlands erfrecht

Is erfgenaam echter aan erflater naoverleden, dan moet worden gekeken of erfgenaam zelf een testament had. Zo niet, dan speelt opnieuw het wettelijk erfrecht. En dan hebben we het niet per definitie over het Nederlands recht. Heeft een erfgenaam langer dan 5 jaar zijn gewone woonplaats in de Verenigde Staten of bezit men de Amerikaanse nationaliteit, dan is het erfrecht van de betreffende Staat van toepassing op het erfdeel. Dit geldt voor overlijdens van vóór 17 augustus 2015 en is geregeld in het Haags Erfrechtverdrag van 1989. In het geval deze persoon is geëmigreerd zal in zowel Nederland als de Verenigde Staten moeten worden gecontroleerd op het bestaan van een testament.

Bij een overlijden na deze datum kan men kiezen op grond van de Europese Erfrechtverordening van 2015 of men het recht van het land van de gewone woonplaats van toepassing laat zijn op de nalatenschap of dat van het land waarvan men de nationaliteit beschikt van toepassing verklaart. Een andere rechtskeuze heeft men niet meer. Deze keuze moet vervolgens worden vastgelegd in een testament, anders geldt dat van de gewone woonplaats.

Huwelijksgoederenregime

Is de naoverleden erfgenaam benoemd in een testament waarin niet is uitgesloten dat de nalatenschap in een gemeenschap van goederen valt in de zin van Titel 7 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek of in een verrekenbeding betrokken mag worden, dan zal bovendien moeten worden gecontroleerd welk huwelijksgoederenregime van toepassing is. In Nederland kan in dat geval bij de rechtbank in de woonplaats waarin het huwelijk is voltrokken worden opgevraagd of er huwelijksvoorwaarden bestaan.

Erfrecht van vóór of per 2003

Staat vast dat het Nederlandse erfrecht van toepassing is, dan speelt natuurlijk de vraag of er sprake is van oud of nieuw erfrecht. Er zijn een aantal elementaire verschillen tussen beiden.

Zo kent het versterferfrecht van vóór 2003 geen plaatsvervulling bij verwerping van de nalatenschap en komt men, indien men voorbijgaat aan de tweede parentele, de ouders en broers en zussen, in aanraking met kloving als bedoeld in artikel 898 van het Burgerlijk Wetboek zoals dat destijds gold, waarbij de ene helft van de nalatenschap toevalt aan vaderszijde en de andere helft aan moederszijde. Ook gold de wettelijke verdeling van artikel 4:13 van het Burgerlijk Wetboek dat per 2003 inging niet. De partner had derhalve niet op grond van de wet het vruchtgebruik van de erfdelen van de kinderen, hetgeen niet zelden tot financiële problemen leidde, aangezien de erfdelen daardoor (direct) moesten worden uitbetaald. Dit zijn allemaal aspecten waarmee rekening moet worden gehouden bij te verrichten erfgenamenonderzoek.

De erfrechtelijk genealoog

Het beroep van erfrechtelijk genealoog is in Nederland (helaas) niet erg bekend, waar men in het buitenland in het beroep een behoorlijke reputatie heeft opgebouwd en eerder bij regel dan bij uitzondering wordt geraadpleegd door onder meer juridische beroepsbeoefenaars. In Nederland leidt dit gegeven soms tot onnodige consignaties of dossiers die langer dan noodzakelijk is worden aangehouden. 

In Duitsland zijn de ‘Erbenermittler’ bekend binnen het notariaat en de advocatuur. In het Verenigd Koninkrijk (en overigens ook de Verenigde Staten en Canada) spreekt men dan van ‘Probate Genealogists’ of ‘Heir Hunters’. In Frankrijk pronkt men met de titel ‘Généalogiste Successoral’; prachtig! Daar kunnen wij niet aan tippen.

Maar welke werkzaamheden verricht de erfrechtelijk genealoog nu eigenlijk en hoeveel zijn er in Nederland? Het aantal genealogen in Nederland dat zich professioneel met erfrecht en erfgenamenonderzoek bezighoudt, is op één hand te tellen. Als u de zoektermen op Google invoert, zult u, althans ten tijde van het schrijven van dit artikel, bij slechts één kantoor uitkomen. Neemt u de proef op de som.

De erfrechtelijk genealoog verricht historisch familieonderzoek op basis van uurloon voor onder meer notarissen, (erfrecht)advocaten, executeurs, vereffenaars en financiële instellingen. Daarbij worden openbare en gesloten bronnen en archieven geraadpleegd. U kunt daarbij denken aan de streek- en stadsarchieven, maar ook onderzoek in het Nationaal Archief komt geregeld voor. 

Interessante bronnen

Akten uit de Burgerlijke Stand vormen één bron voor genealogisch onderzoek, maar interessanter zijn vaak de persoonslijsten (vanaf 1994), persoonskaarten (tussen 1939 en 1994), gezinskaarten (vanaf circa 1920) en het bevolkingsregister (vóór 1920). Ook archieven van consulaten en emigratiekaarten kunnen voor de onderzoeker een belangrijke bron van informatie zijn. Als diep de geschiedenis in moet worden gegaan, kunnen ook de memories van successie waardevol blijken. Vaak is het echter zo dat een opdracht een notaris naar het buitenland leidt. Voor een deel verricht ondergetekende, verbonden aan Luminis Erfgenamenonderzoek, dergelijke onderzoeken zelf en voor het andere deel in samenwerking met buitenlandse collega’s met kennis van het lokale erfrecht en de aldaar beschikbare archieven, om de cliënt op een zo efficiënt mogelijke wijze van dienst te kunnen zijn. De dienstverlening is internationaal, vrijwel geen land uitgesloten.

Het kan hierbij gaan om een enkel uit het oog verloren familielid dat in het begin van de twintigste eeuw is geëmigreerd, in welk geval het onderzoek niet zelden uitvoerig is, aangezien er veel afstammelingen kunnen zijn, maar ook om het simpelweg verifiëren en staven met bewijsstukken van reeds aan de cliënt bekend geworden persoonsgegevens. Bij iedere stap wordt gekeken naar eerder genoemde aspecten zoals vooroverlijden, plaatsvervulling, testamenten, aanwas en huwelijksvoorwaarden (prenuptial agreement). Soms lukt het niet om bepaalde akten of testamenten uit het buitenland op te vragen of verloopt de communicatie met de erfgenaam niet vlot. Ook in die gevallen kan een erfrechtelijk genealoog van dienst zijn.

Ongeclaimde nalatenschappen en andere tegoeden

Naast werkzaamheden op basis van uurloon houden de meeste erfrechtelijke genealogen zich internationaal gezien bezig met het opsporen van rechthebbenden van ongeclaimde nalatenschappen, tegoeden ontstaan door uitkoopprocedures minderheidsaandelen, faillissementen en oorlogstegoeden, waaronder zaken die te maken hebben met roofkunst. Behalve nu en dan ingeval van roofkunst, bevinden deze tegoeden zich in het algemeen bij de Nederlandse of een buitenlandse overheid.

Dergelijke onderzoeken zijn in het algemeen zeer omvangrijk, kostbaar en bovendien risicovol, omdat er geen opdrachtgever vooraf is. Pas als het erfgenamenonderzoek is voltooid en de erfgenamen aangeschreven zijn, is een vergoeding voor de dienstverlening in zicht, in de vorm van een met de erfgenamen overeen te komen percentage van de waarde van het tegoed. Deze dienstverlening wordt dan ook aangeboden op basis van no cure, no pay.

Tegenover deze vergoeding staat dan dat de erfrechtelijk genealoog niet alleen bewijst dat de erfgenaam recht heeft op een erfdeel, maar hem vertegenwoordigt tegenover de overheid en de claim namens hem afwikkelt, óók als daarbij een eventuele rechtszaak komt kijken.  

Privacywetgeving

Voor het verwerken van persoonsgegevens van levende personen, dient een onderzoeker zich te conformeren aan de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP), waarop in Nederland toezicht wordt gehouden door de Autoriteit Persoonsgegevens. Luminis Erfgenamenonderzoek is aangemeld bij de Autoriteit Persoonsgegevens onder meldingsnummer 1545901.

Artikel 8 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) bepaalt dat persoonsgegevens alleen mogen worden verwerkt indien:

  • de betrokkene toestemming heeft verleend;
  • dit noodzakelijk is om een wettelijke verplichting na te komen;
  • deze nodig zijn voor de uitvoering van een overeenkomst waarbij de betrokkene partij is of voor het treffen van precontractuele maatregelen naar aanleiding van een verzoek van betrokkene;
  • de gegevensverwerking noodzakelijk is ter vrijwaring van een vitaal belang van de betrokkene;
  • het verwerken noodzakelijk is voor de goede vervulling van een publiekrechtelijke taak of
  • dit noodzakelijk is voor de behartiging van het gerechtvaardigde belang van de verantwoordelijke of van een derde aan wie de gegevens worden verstrekt.

Wanneer men onderzoek verricht op basis van een door de notaris verstrekte volmacht, is er uiteraard sprake van de vervulling van een wettelijke verplichting, die bestaat in de aan de notaris opgelegde taak om erfgenamen vast te stellen, zoals het geval is bij de vervaardiging van een verklaring van erfrecht. Bij het opsporen van rechthebbenden van onder meer ongeclaimde nalatenschappen, wordt in beginsel gehandeld in het belang van de betrokkene.

Artikelen 33 – 35 van de Wet Bescherming Persoonsgegevens (WBP) schrijven voor dat de onderzoeker de betrokkene moet informeren over de verwerking van de persoonsgegevens en wanneer en onder welke omstandigheden dit moet gebeuren of juist kan uitblijven.

Recherchevergunning

Daarnaast is voor het verrichten van recherchewerkzaamheden door de instandhouding van een recherchebureau, hetgeen opsporing van personen in feite is, op grond van de artikel 2 lid 1 van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (WPBR) een vergunning nodig van de Minister van Veiligheid en Justitie. Aan het kantoor van ondergetekende, Luminis Erfgenamenonderzoek, werd op 31 oktober 2013 een recherchevergunning verstrekt: POB 1403. 

Dit geeft echter geen toegang tot bronnen zoals de Basisregistratie Personen (BRP), opvolger van de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA). Ten gevolge daarvan zal de erfrechtelijk genealoog, zeker wanneer de werkzaamheden niet in opdracht van een notaris worden verricht, creatief moeten zijn ter verkrijging van persoonsgegevens. Openbare bronnen zoals het Kadaster en enkele gesloten bronnen, die hier niet nader worden gespecificeerd, kunnen daarbij behulpzaam zijn.

Voorbeelden uit de praktijk

I. De zaak van de Portugese geest

In de Nederlandse consignatiekas bevond zich in 2015 een tegoed van ongeveer € 20.000,00 dat toekwam aan de erfgenamen van een in Portugal geboren mevrouw die niet bij testament over haar nalatenschap had beschikt, ongehuwd en geen geregistreerd partner was en voorzover bekend ook geen afstammelingen had.

Uiteraard is met een uittreksel uit de overlijdensakte bij het Centraal Testamentenregister geïnformeerd naar al dan niet bestaan van een uiterste wilsbeschikking en is de persoonslijst van mevrouw opgevraagd, waaruit geen huwelijk, geregistreerd partnerschap of afstammelingen bleken. De oudergegevens waren bekend, zodat ik in samenwerking met een Portugese collega het erfgenamenonderzoek in Portugal heb opgestart.

In eerste instantie op zoek naar ouders, broers en zussen op grond van artikel 4:10 lid 1 sub b van het Burgerlijk Wetboek, kwamen we erachter dat mevrouw nog gehuwd bleek te zijn in Portugal en bovendien moeder van een dochter was. De partner in Nederland was hier in het geheel niet van op de hoogte.

Mijn Portugese collega heeft hierop telefonisch contact gezocht met de echtgenoot van erflaatster en kreeg tot zijn verbazing…. mevrouw zélf aan de lijn. Hoe kan dit nu, zult u zich afvragen? Welnu, er bleek sprake te zijn van identiteitsfraude. De in Nederland overleden Portugese mevrouw had zo’n tien jaren daarvoor de identiteit van deze betreffende mevrouw aangenomen en was nadien naar Nederland vertrokken.

Zij was bovendien in staat gebleken in Portugal aangifte van geboorte te doen van een non-existent kind, met de kennelijke bedoeling om zich met toeslagen te bevoordelen. Aangekomen in Nederland, is zij onder de door haar aangenomen valse naam, gaan werken (er is ook gewoon een Burger Service Nummer (BSN) uitgegeven) en samenwonen met een Nederlandse man. Ons onderzoek heeft weliswaar voor ons noch voor eventuele erfgenamen iets opgeleverd, maar wel aan het licht gebracht dat deze mevrouw niet was wie zij leek te zijn. Het geld zal nooit worden uitgekeerd en dus na 20 jaar vervallen aan de Staat der Nederlanden en aangezien zij gecremeerd is, zullen we er ook nooit achter komen wie zij werkelijk was, maar een interessante casus was het zeer zeker. U kunt zich overigens de emoties van haar Nederlandse partner voorstellen.

II. Commoriënten in een Joodse zaak

Ten aanzien van een oorlogstegoed uit de Tweede Wereldoorlog bestond in 2015 een aanspraak door de nog in levende zijnde verwanten van een in Sobibor omgebracht Joods gezin. Erflater in kwestie was onder huwelijkse voorwaarden[6] getrouwd, waarbij er een gemeenschap van inboedelgoederen bestond zodat het object waarom het gaat tot de gemeenschap gerekend moest worden en derhalve voor de helft in eigendom toebehoorde aan echtgenote.

Het echtpaar, bestaande uit man en vrouw en twee kinderen, is op dezelfde datum omgebracht in Sobibor, waarbij aangetekend moet worden dat van de vernietigingshandelingen in dit concentratiekamp geen administratie werd bijgehouden, zodat een exact tijdstip niet kan worden bepaald. Erflater had een testament, dat evenwel alleen voorzag in de situatie waarin hij vóór zijn echtgenote zou komen te overlijden, zodat het onder de gegeven omstandigheden, afhankelijk van wie er als eerste was overleden, mogelijk geen effect sorteerde.

Op grond van het vigerende versterferfrecht van 1943 zouden, indien dit het geval was, de echtgenote en kinderen erfgenamen zijn voor gelijke delen. Indien vaststaat dat erflater en erfgenamen gelijktijdig zijn overleden, speelt de commoriëntenregel van artikel 4:2 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek, die bepaalt dat gelijktijdig overleden personen niet van elkaar erven. Datzelfde artikel voorziet tevens in de situatie die hier speelt, namelijk dat het exacte tijdstip van overlijden niet kan worden bepaald, zodat personen in kwestie geacht worden gelijktijdig te zijn overleden.

Dit brengt ons bij beide helften van de nalatenschap, enerzijds toebehorende aan de man, anderzijds aan de vrouw, bij de tweede parentele onder het oude erfrecht van vóór 2003: de ouders en broers en zussen. Ouders beider zijden zijn vooroverleden en plaatsvervulling vindt hier geen toepassing. De nalatenschap van de vrouw laten we hier even voor wat het is. Aan de zijde van de man is een vooroverleden broer zonder afstammelingen, zodat hier kloving als bedoeld in artikel 898 van het Oud Burgerlijk Wetboek plaatsvindt.

Door kloving gaat een kwart van de nalatenschap naar de (afstammelingen van de) paternale grootouders en een kwart naar de (afstammelingen van de) maternale grootouders van de man (die bij plaatsvervulling opkomen). Onderzoek in de bevolkingsregisters van een stadsarchief, leert welke afstammelingen beide grootouders hebben gekregen, die in casu ooms en tantes zijn van de mannelijke erflater. Vanuit dat vertrekpunt werken we terug naar het heden, om de nog in leven zijnde verwanten te lokaliseren en contacteren. Doordat dit een Joodse nalatenschap is, de Shoah[7] in ogenschouw nemende, komt het veel voor in de stamboom dat erfgenamen gelijktijdig zijn overleden. Is men vooroverleden, dan speelt uiteraard plaatsvervulling en bij naoverlijden onderzoeken we wederom eerst of er een testament is en anders passen we het vigerende versterferfrecht toe.

Zo wordt uiteindelijk vastgesteld, aan de hand van extracten uit het bevolkingsregister van vóór 1920, de gezinskaarten die sindsdien golden tot 1939 en de persoonskaarten vanaf 1939 wie de wettelijke en soms ook testamentaire erfgenamen zijn. In Joodse zaken leidt het onderzoek niet zelden naar het buitenland, de Verenigde Staten of Canada bijvoorbeeld. Dit heeft er alles mee te maken dat de Joden die de oorlog hadden overleefd, veelal wilden emigreren, niet in de laatste plaats in verband met het nog immer in Nederland bestaande antisemitisme, in weerwil van de nederlaag van de bezetter.

Er wordt per brief contact opgenomen met de erfgenamen, waarin één en ander wordt uiteengezet. Deze brief gaat vergezeld van een kopie van (het relevante deel van) de stamboom, een volmacht op basis waarvan namens de erfgenamen kan worden geacteerd en een afwikkelingsovereenkomst ter zake van de vergoeding van de erfrechtelijk genealoog voor zijn werkzaamheden, bestaande uit een percentage van de waarde van het tegoed, op basis van no cure, no pay.

III. Veldonderzoek in Guyana

Benaderd door een Nederlandse notaris in een Nederlandse nalatenschap waarin een bij leven van de erflater nog in Nederland woonachtige vrouw tot legataris was benoemd, was het noodzakelijk om onderzoek te verrichten in Guyana. Daarbij wordt aangetekend dat mevrouw geen vaste woon- of verblijfplaats had en zich veelvuldig verplaatste binnen verschillende landen.

U kunt zich voorstellen dat administratief onderzoek hier niet volstaat, maar dat naast het in het buitenland te verrichten noodzakelijke archiefonderzoek, veldonderzoek aan de orde was. 

In samenwerking met mijn Guyaanse collega – die uiteindelijk in de taxi is gestapt en naar één van de bekend geworden adressen aldaar is gereden – hebben we familie van mevrouw gevonden ter plaatse. Al met al duurde het niet lang of we hadden telefonisch contact met legataris, zodat ook dit dossier succesvol kon worden afgerond. Bij het verdere verloop hebben wij een ondersteunende rol gespeeld; met name bij het aanleveren van gelegaliseerde en geapostilleerde stukken.

IV. Het administratief ondergeschoven zoontje

Tot dusver uitsluitend gesproken hebbende over zaken die hun oorsprong in Nederland vinden, komt het natuurlijk ook voor dat buitenlandse notarissen opdrachten verstrekken. Ik noem hier een zaak behandeld in opdracht van een Australische notaris.

In Australië overlijdt in 2016 iemand van wie de achternaam en zijn Engels-geworden voornamen bekend zijn, naast zijn geboortedatum. Let wel, een plaats van geboorte is niet bekend en welke voornamen hij in Nederland had is giswerk.

Waar begint men met zo’n onderzoek?

Met een volmacht van de notaris begint men bij het vestigingsregister in Den Haag, waar de persoonskaarten van mensen die tussen 1940 en 1994 zijn geëmigreerd, worden bewaard. Cru genoeg worden daar overigens ook de persoonskaart van de naar Auschwitz en Sobibor ‘geëmigreerde’, vaak Joodse mensen, bewaard. De aangeleverde gegevens bleken te summier om iets te kunnen terugvinden in het vestigingsregister. Aangezien meneer na 1939 was geboren had ook het doorlopen van de gezinskaarten van de grote steden zoals Amsterdam, Den Haag en Rotterdam geen nut. We zitten dus muurvast, maar geven niet op.

In maart 2006 is door het Ministerie van Buitenlandse Zaken een bestand van 51.525 registratiekaarten[8] van naar Australië geëmigreerde Nederlanders, afkomstig uit de archieven van de consulaire posten in Austalië, overgedragen aan het Nationaal Archief. Deze kaarten zijn opgemaakt tussen 1946 en 1991 en hebben naast een feitelijk, ook vaak een beschrijvend karakter. Met name de consulaten van Sydney, Melbourne en Brisbane hebben aan dit archief bijgedragen.

Omdat dit archief goeddeels informatie bevat over (mogelijk) nog in leven zijnde personen, is het beperkt openbaar, hetgeen zoveel inhoudt als dat men het mag inzien, maar niet kopiëren. Uitzondering op de regel is wanneer de informatie wordt opgevraagd in het kader van een juridische procedure, zoals erfgenamenonderzoek in opdracht van een notaris. Op die basis konden kopieën uit het archief worden verkregen.

Onderzoek in dit archief, waarbij alle kaarten van mensen met dezelfde achternaam, geëmigreerd naar de arrondissementen van de deelnemende consulaten werden bestudeerd, leverde bijzondere informatie op. Op één der registratiekaarten stond een anekdote over een Nederlandse zoon die ruzie had gemaakt met iemand in een bar, waarna er een handgemeen met die persoon ontstond. ‘He forgot he had a glass of whiskey in his hand’, schreef de archiefvormer met betrekking tot een kennelijke uitlating van de zoon. Het leverde een fikse geldboete op en kennelijk ook een aantekening bij het consulaat. Deze annotatie stond op de registratiekaart van zijn vermeende vader, met een aantekening in potlood erbij dat dit een kind van zijn broer betrof, en niet van de kaarthouder zelf. Bovendien leek de leeftijd (geen geboortedatum vermeld, maar wel de leeftijd) overeen te komen met die van de gezochte persoon op dat moment in zijn leven, zodat we dachten iets op het spoor te zijn. Doordat de geboortedatum van de broer erbij geschreven was, hadden we ook een concreet aanknopingspunt.

Gewapend met deze nieuwe informatie, meldden wij ons opnieuw bij voormeld vestigingsregister in Den Haag, om de persoonskaart van de vader op te vragen. Op de achterzijde bleek een zoon te staan vermeld, wiens Nederlandse voornamen prima geconverteerd konden worden naar de Engelstalige tegenhangers en wiens geboortedatum één dag afweek van de ons bekende, hetgeen overigens bij dergelijke kwesties niet zo uitzonderlijk is.

We hadden de juiste persoon gevonden en nu waren ook de zussen van erflater ons bekend, die eveneens in Australië bleken te wonen. Erflater was zogezegd, het administratief ondergeschoven kindje, door de kieren der administratie geglipt. Zaak succesvol afgerond.

De persoonlijke noot

Klaas Zondervan is erfrechtelijk genealoog en staat als juridisch adviseur ingeschreven in het register van de Nederlandse Vereniging van Rechtskundige Adviseurs (NVRA), opgericht in 1928. Daarnaast is hij lid van de Association of Professional Genealogists (APG) en voorzitter van vereniging MeesterExecuteurs, een commercieel samenwerkingsverband tussen zelfstandig werkende executeurs met een heterogene achtergrond. Zijn dienstverlening ziet op Executele, Vereffening, (Testamentaire) Bewindvoering en natuurlijk op Internationaal Erfgenamenonderzoek.

Dit laatste onder de handelsnaam Luminis Erfgenamenonderzoek of Erfgenamenonderzoek.nl. Andere handelsnamen zijn Zondervan Legal en Luminis Executeurs. Bij benoemingen in testamenten wordt Stichting Luminis Nalatenschapsafwikkeling opgenomen. Naast deze stichting bestaat er nog een stichting ter bescherming van vreemd vermogen.

Kijkt u voor meer informatie op het portaal www.helderverlicht.nl, van waaruit u kunt doorklikken naar drie websites, waarop de verschillende dienstverlening wordt samengevat. Hiernaast houdt Klaas Zondervan een blog bij; ook naar dit blog staat op laatstgemelde website een link.

Luminis werpt Licht op uw zaak

Graag werpen wij een eerste vrijblijvende en kosteloze blik op uw probleemdossiers. Heeft u direct al een zaak waarin u onderzoek door ons wilt laten verrichten? Wij zijn u graag van dienst en u ontvangt van ons een offerte op maat.

Bent u enthousiast geworden over het onderwerp van erfrechtelijke genealogie? Graag geven wij een presentatie over het onderwerp bij u op kantoor, waarin we verschillende andere casussen de revue kunnen laten passeren en direct uw eventuele vragen kunnen beantwoorden.


[1] Bijvoorbeeld artikel 4:150 lid 1 BW of artikel 4:226 BW

[2] Centraal Bureau voor Statistiek (2016), Statline

[3] Wikipedia.org (2016), Bevolking van Nederland

[4] Definitie Centraal Bureau voor de Statistiek: Afrika, Latijns-Amerika, Azië (m.u.v. Japan en Indonesië) en Turkije

[5] Netwerk Notarissen (2013) onderzoek onder 19.103 respondenten

[6] Huidige regeling: artikel 1:94 lid 1 jo. artikel 1:93 van het Burgerlijk Wetboek (Titel 7 van Boek 1 BW)

[7] Shoah (חורבן): Hebreeuws voor de totale uitroeiing van de Joden in de Tweede Wereldoorlog

[8] Nationaal Archief (2016), Emigratiekaarten Australië

LUMINIS

NALATENSCHAPSAFWIKKELING

Boedelafwikkeling

Executeursbenoemingen

Rechtbankbenoemingen tot vereffenaar

Partijadvisering bij erfrechtelijke conflicten

LinkedIn

NEEM CONTACT OP

Postbus 506

2400 AM Alphen aan den Rijn

KANTOORTIJDEN




Neem gerust contact met ons op. Wij maken graag kosteloos en vrijblijvend kennis met u.

Maandag - Vrijdag: 09:00 tot 17:00

K.v.K. 60651148

BTW-nummer NL853999910B01

© Copyright 2020. Alle rechten voorbehouden. Algemene voorwaarden | Klachtenregeling | Privacyverklaring | Disclaimer | Wij bieden onze diensten aan in

onder meer Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht, waarbij we in het bijzonder Alphen aan den Rijn, Leiden, Gouda, Den Haag en Amsterdam noemen.