BLOG OVER ERFRECHT

Beyond a reasonable doubt | ‘De Notarisklerk’ mei/jun 2020

ERFGENAMENONDERZOEK: DE KERN VAN DE ZAAK

Beyond a reasonable doubt

Het is een veelgelezen passage in een verklaring van erfrecht: “Ik, notaris, heb mij er zoveel mogelijk van overtuigd dat…”

Waar de grens der overtuiging ligt, staat nergens in de wet. Deze vrije interpretatie biedt soms ruimte voor wellicht minder evidente conclusies.

Nochtans minstens van de notarissen voor wie wij inmiddels alweer bijna zeven jaar erfgenamenonderzoek verrichten in verre landen zoals Indonesië, Sri Lanka en Tanzania – maar vaker dichterbij – kan worden gezegd dat de grens der overtuiging ver ligt, soms verder dan de verre landen zelf.

Van een Utrechtse notaris komt in 2017 een casus waarin onderzoek nodig is in Hongarije. Een unicum onder unica.

The Roaring Twenties

In september van 2015 overleed te Utrecht mevrouw Mária Takács in de leeftijd van 100 jaar.

Mária wordt geboren in Boedapest, Hongarije op 30 december 1914. Zij komt in de nasleep van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) samen met andere kinderen naar Nederland om aan te sterken en keert later terug naar haar moederland. Na het overlijden van haar man en onder de druk van dreigende bezetting door de Russen, keert zij in 1956 echter weder naar Nederland, ditmaal samen met haar zoon Bela Jozsef. Ze is gebleven.

Bela werd geboren in 1945 in Hongarije en overleed in 1999 in de leeftijd van slechts 54 jaar. Andere kinderen zou zij naar verluidt niet hebben gekregen. Deze hypothese zou de crux vormen van ons te entameren onderzoek.

Het minuscule juridisch raamwerkje

Zij beschikte niet bij testament over haar nalatenschap, zodat het versterferfrecht stipuleert wie haar erfgenamen zijn. We blijven vooralsnog in de eerste parentele.

Uit de BRP blijkt dat er – naast Bela – nog een kind moet zijn, geboren in de jaren ’30 en woonachtig in de provincie Utrecht. De betreffende persoon beweert echter bij hoog en bij laag geen zoon te zijn van erflaatster, ofschoon a priori aan alle criteria lijkt te worden voldaan hem als zodanig te beschouwen, nu onder meer zijn moeder dezelfde naam droeg als erflaatster.

Kunnen we voetstoots afgaan op deze verklaring? Vanzelfsprekend niet; ook dat zou kunnen leiden tot een minder evidente conclusie.

Een unicum in alle opzichten

De uniciteit van deze zaak beperkt zich niet tot het vraagstuk rondom afstammelingen. Reeds ter zake de teraardebestelling doet zich een bijzonderheid voor. Het graf waarin haar zoon te ruste is gelegd blijkt namelijk niet alleen te zijn geoccupeerd door haar zoon; in het graf bevindt zich ook een onbekende derde, geheel intact. Dat maakt dat voor bijzetting geen plaats meer is. Mitsdien is erflaatster noodgedwongen begraven náást haar zoon.

‘Elementary my dear Watson’

Omdat ter discussie staat, althans vastgesteld moet worden of de zoon die geen zoon claimt te zijn dat ook daadwerkelijk niet is, nu niet slechts kan worden afgegaan op de verklaring zijnerzijds, proberen we in eerste instantie zijn geboorteakte op te vragen uit Hongarije. Dat blijkt geen sinecure te zijn; eenmaal verkregen toont de akte niets anders dan de namen van de ouders. Bij het opvragen van de huwelijksakte van de ouders stuiten we op onwelwillendheid bij het lokale overheidsorgaan, gelet op onze bevoegdheid onterecht schermend met de GDPR (AVG). Niet snel uit het veld geslagen, zetten we onze zinnen succesvol op kerkelijke archieven. De zoon is inderdaad geen zoon; zijn moeder is geboren in 1897. We schrijden voort naar de tweede parentele, de ouders van erflaatster tezamen met dier broers en zussen.

De ouders van erflaatster zijn Jozef Takács en Maria Nagy. Bij voortzetting van het onderzoek blijkt ons dat erflaatster een broer had, Ferenc. Deze vooroverleden broer die geen afstammelingen achterliet werd geboren als Takács, maar voerde later de achternaam Tökési. Moeder van erflaatster is namelijk – nadat het huwelijk met Jozef Takács in 1919 door scheiding werd ontbonden – hertrouwd met Ferenc Tökési, die vervolgens Ferenc Takács heeft geadopteerd.

Een leuke situatie; is Ferenc Takács door adoptie juridisch gezien een halfbroer geworden? Op zichzelf beschouwd is dit voor de vererving niet bezwaarlijk: ook halfbroers en -zussen kunnen erven.

De adoptie houdt geen juridische breuk met de moeder van erflaatster in, zodat afstammelingen, zo die er waren geweest, zeker door de wet tot de nalatenschap als erfgenamen zouden zijn geroepen.

Uit het huwelijk Takács-Nagy is vervolgens een dochter geboren, Julianna Tökés (de naamnotatie tussen het vrouwelijk en het mannelijk geslacht differentieert), geboren op 20 juni 1919. Zij huwde József Kobolicz in 1934, maar scheidde van hem in 1938. Ons spitwerk toont aan dat zij ofwel vóór 1975 moet zijn overleden ofwel is geëmigreerd voor die datum. Het verkrijgen van nadere informatie over Julianna is nu de status quo.

Indien en zodra we kunnen bevestigen dat zij is (voor)overleden zonder achterlating van (echtgenoot en) afstammelingen (en bij een later overlijden zonder bij testament over haar nalatenschap te hebben beschikt), verschuift de focus naar de afstammelingen van de grootouders beiderzijden.

Heeft u informatie over de familie van mevrouw Mária Tákacs? Of heeft u vergelijkbare dossiers in behandeling waarin erfgenamenonderzoek nodig is? Neemt u dan vooral contact met ons op via info@erfgenamenonderzoek.nl.

Alle persoonsgegevens in dit artikel zijn met instemming van de opdrachtgever verwerkt. Het gaat bovendien om persoonsgegevens van personen die reeds zijn overleden.

Roofkunst | ‘De Notarisklerk’ mrt/apr 2020

ERFGENAMENONDERZOEK: DE KERN VAN DE ZAAK

Roofkunst

Kunstroof maakt roofkunst. Het Van Dale Groot woordenboek der Nederlandse Taal definieert het als:

“… door een staat geroofde kunst, m.n. in de Tweede Wereldoorlog door de nazi’s van de Joden geroofde kunst.”

Het woord ‘roofkunst’ doet onwillekeurig denken aan antisemitisch gedachtengoed. Het doet denken aan het beestachtige demoraliserende optreden van de nazi’s jegens en de daaropvolgende genadeloze systematische uitroeiing van het Joodse volk. Het wijst ons op de kwetsbaarheid alles wat stoffelijk is [inclusief het menselijk lichaam] en benadrukt daarmee het ongrijpbare, de ongebroken wil[1]. Een duister hoofdstuk in onze geschiedenis, door ons veelal aangeduid als de ‘Holocaust’ of de ‘Shoah’. Toch zijn de begrippen ‘roofkunst’ en ‘Holocaust’ niet met uitsluiting van anderen voorbehouden aan het grenzeloze drama dat plaatsgreep in de levens van vele Joodse mensen. Holocaust laat zich immers kennen als volkerenmoord en kunstroof vond onder allerlei omstandigheden plaats, in tijden van oorlog, maar ook buiten oorlogstijd.

Geschiedenis van de roofkunst

Reeds in 212 v. G.J. (voor de Gewone Jaarteling, door sommigen aangeduid als voor Christus of v. Chr.) signaleerde de Griekse historicus Polybios dit fenomeen, toen de Romeinen in 212 v. G.J. Syracuse op Sicilië veroverden, diens kunstwerken roofden en naar Rome verscheepten. Ook tijdens de 18e-eeuwse kloostersluitingen, de Franse Revolutie en gedurende de Koloniale periode vond kunstroof plaats. Nog zo recent als in 2003 werd kunstroof op grote schaal gepleegd in het Nationaal Museum van Irak en Bagdad[2].

Wetgeving over roofkunst

Het Verdrag betreffende de wetten en gebruiken van de oorlog te land 1899 als resultaat van de Tweede Conventie van Den Haag in 1899, inwerkinggetreden op 4 september 1900, stipuleert in artikel 56:

“De eigendommen der gemeenten, die der inrichtingen gewijd aan openbare eerediensten, aan weldadigheid en aan het onderwijs, aan de kunsten en wetenschappen, ook al behooren deze aan den Staat, zullen worden behandeld op gelijken voet als het particuliere eigendom.

Alle inbeslagneming, opzettelijke vernieling of beschadiging van dergelijke inrichtingen, van geschiedkundige monumenten, van werken van kunst of wetenschap is verboden en moet worden vervolgd.”

Zonder daarop inhoudelijk in te gaan, noemen we nog het UNESCO-verdrag van 1970, het Verdrag ter voorkoming van de illegale in-, uit- en doorvoer van cultuurobjecten. Online kunt u nog andere wetgeving vinden.

Woman in Gold

Misschien wel één van de bekendste recentelijk succesvol gerevindiceerde kunstwerken is het portret van Adèle Bloch-Bauer I, gemaakt tussen 1904–1907 door de Oostenrijkse symbolistische schilder Gustav Klimt (1862-1918).

Door Gustav Klimt – 1. The Yorck Project (2002) 10.000 Meisterwerke der Malerei (DVD-ROM), distributed by DIRECTMEDIA Publishing GmbH. ISBN: 3936122202. 2. Neue Galerie New York, Publiek domein, https://commons.wikimedia.org/w/index.php?curid=153485

Door de inspanningen van de Amerikaanse advocaat Randol Schoenberg – als vertegenwoordiger van Maria Altmann, één van de erfgenamen van de familie Bloch-Bauer –  werd het stuk in 2006 na een slepende rechtszaak van 8 jaar heroverd op de Oostenrijkse staat.[3]

Onze casus

Uit de Verenigde Staten komt de vraag of wij erfgenamenonderzoek kunnen verrichten met betrekking tot een Joodse familie en behulpzaam kunnen zijn bij het indienen van een claim ter zake roofkunst. Het gaat om een kunstobject met een zeer substantiële waarde.

Yes, we can.

Voorgelegd wordt de casus van mevrouw L., een in 1944 in concentratiekamp Bergen-Belsen omgebrachte Joodse vrouw van Nederlandse afkomst.

Zij heeft niet bij testament over haar nalatenschap beschikt; haar erfgenamen zijn in beginsel haar broers en zussen. Zoals altijd bij erfgenamenonderzoek in Joodse zaken, zijn (bijna) alle erfgenamen vrijwel direct vóór of kort na erflaatster overleden of op een onbekend moment.

Eén zus overleed in 1945 (Bergen-Belsen) en beschikte bij testament over haar nalatenschap. Zij was toen erflaatster overleed al weduwe. Een andere zus overleed al in 1943 (Auschwitz[4]). Zij kreeg geen afstammelingen. Ook een broer overleed vóór erflaatster, te weten in 1942, weliswaar met achterlating van afstammelingen. Een andere broer wist naar de Verenigde Staten te ontsnappen en overleed daar in de jaren ’60, in de leeftijd van ruim 80 jaar. Zijn echtgenote overleed in 1944, net als erflaatster, maar kort ná haar. Gekeken zal moeten worden naar het huwelijksvermogensrecht om de vererving nauwkeurig te kunnen bepalen. Tot slot overlijdt een laatste zus in 1936, met achterlating van twee afstammelingen die in respectievelijk 1943 en 1945 overleden, in Sobibor[5] en in Berlijn, beiden nog geen 40 jaar oud. Een veelvoorkomende rechtsfiguur bij dergelijke onderzoeken is de commoriëntenregel, u ongetwijfeld bekend. Door het feitencomplex van onder meer gelijktijdig geacht te zijn overleden personen, geëmigreerde familieleden en latere (buitenlandse) overlijdens waarbij testament en huwelijksvermogensrecht moeten worden onderzocht is er in dit coronatijdperk voldoende zinvols te doen dat afleidt van het opgedoemde gevaar.

[1] De film ‘Woman in Gold’ (2015) is gebaseerd op Schoenbergs kruistocht tot herkrijging van dit fenomenale kunstvoorwerp;
[2] Bedoeld wordt concentratiekamp Auschwitz-Birkenau in Polen
[3] Bedoeld wordt concentratiekamp Sobibor in Polen
[4] Bron: Wikipedia: https://nl.wikipedia.org/wiki/Roofkunst
[5] Zie ook de gebalde vuist van het monument ‘De Stenen Man’, te zien in voormalig Kamp Amersfoort

LUMINIS

NALATENSCHAPSAFWIKKELING

Boedelafwikkeling

Executeursbenoemingen

Rechtbankbenoemingen tot vereffenaar

Partijadvisering bij erfrechtelijke conflicten

LinkedIn

NEEM CONTACT OP

Postbus 506

2400 AM Alphen aan den Rijn

KANTOORTIJDEN




Neem gerust contact met ons op. Wij maken graag kosteloos en vrijblijvend kennis met u.

Maandag - Vrijdag: 09:00 tot 17:00

K.v.K. 60651148

BTW-nummer NL853999910B01

© Copyright 2020. Alle rechten voorbehouden. Algemene voorwaarden | Klachtenregeling | Privacyverklaring | Disclaimer | Wij bieden onze diensten aan in

onder meer Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht, waarbij we in het bijzonder Alphen aan den Rijn, Leiden, Gouda, Den Haag en Amsterdam noemen.